Het maken van een serie video’s over het theoretisch kader staat hoog op de verlanglijst van ons bedrijf Focus op Afstuderen. Want wat lopen er veel studenten vast op dit onderdeel van de scriptie! Heb je vragen over wat je in het theoretisch kader schrijft of hoe je literatuuronderzoek doet? Laat het ons weten. Maken wij er een video over. Natuurlijk nadat wij je vraag goed hebben beantwoord!

Wat wij zeker gaan behandelen in de video’s is de literatuurmatrix.

Waarom een literatuurmatrix?

In een theoretisch kader ben je meestal aan het rommelen met de structuur en de bronnen. Als je lang genoeg doorgaat dan wordt je hoofdstuk een ondoordringbare jungle met allerlei verschillende structuren, vol met stukken tekst die zijn gebaseerd op bronnen die je nu even niet meer kan vinden.

Gelukkig is er de literatuurmatrix. Die helpt je om gericht naar literatuur te zoeken en goed te verwerken. Hieronder een voorbeeld, waarbij de structuur expres in vraagvorm staat. Daarmee wil ik illustreren wat je aan het doen bent: de literatuur vragen laten beantwoorden.

Structuur in vraagvormBron ABron BBron CBron DBron E
Wat is de definitie van ziekteverzuim?xOmschrijving bron BOmschrijving bron COmschrijving bron DX
Hoe hoog is het ziekteverzuim in Nederland en in de bouw?Omschrijving bron AOmschrijving bron Bxxx
Welke oorzaken zijn er van ziekteverzuim?xOmschrijving bron BOmschrijving bron COmschrijving bron DOmschrijving bron E
Welke maatregelen kunnen er genomen worden om ziekteverzuim te verminderen?Omschrijving bron AxxxOmschrijving bron E

Hoe werkt het?

Je stelt een aantal vragen en gaat vervolgens de bronnen een voor een af om de vragen te beantwoorden. En die zet je in het schema. Als je wat literatuur gelezen hebt, breid je je vragen nog wat uit of pas je ze aan.

Wat zijn de voordelen van zo’n schema?

1. Bronnen vergelijken

Je doet precies wat de bedoeling is van het literatuuronderzoek:, namelijk verschillende bronnen vergelijken. In het voorbeeld zie je dat je de definities van ziekteverzuim van bron B, C en D met elkaar kunt vergelijken.

 2. Minder (her)lezen

Je hoeft niet keer op keer de bron te lezen. De antwoorden op de vragen noteren is voldoende. Tenzij het een van de belangrijkste bronnen is natuurlijk, dan wil je nog een keer checken of je alles hebt.

3. Geen plagiaat of snel klaar

Als je in eigen woorden de antwoorden noteert, dan weet je zeker dat je geen plagiaat pleegt. Knip en plak je de antwoorden, dan ben je lekker snel klaar met het schema, maar wat meer tijd met het schrijven.

4. Je ziet waar je voldoende literatuur over hebt verzameld en welke informatie nog ontbreekt.

In het voorbeeld wil je misschien nog wat meer weten over de maatregelen tegen ziekteverzuim, omdat je dat ook goed kunt gebruiken voor de aanbevelingen van je eigen onderzoek. Met de literatuurmatrix kun je dus nog gerichter zoeken.

5. Je bent flexibeler

Als je hele stukken tekst hebt geschreven dan ‘moet je daar steeds wat mee’. Inkorten, verplaatsen, anders structureren, herlezen. Noem het maar op. Begin je met een literatuurmatrix dan ben je vrijer om je stuk vorm te geven. En een goede basis voor de structuur van je literatuurhoofdstuk te leggen.

Vergeet niet dat je aan de hand van de informatie die je tegenkomt altijd nog meer vragen kunt toevoegen. Bijvoorbeeld een vraag over de verschillende soorten ziekteverzuim (lichamelijk en psychisch).

Natuurlijk kun je ook zaken weglaten. Bijvoorbeeld die verouderde bron over de meldplicht van de werkgever aan de bedrijfsarts. Had je dat hele verhaal al samengevat in de scriptie dan had je het misschien niet over je hart kunnen verkrijgen die tekst weg te gooien. En dan had je een saai en irrelevant verhaal gekregen over de historie van de wet- en regelgeving rondom het ziekteverzuim.

Nog steeds geen structuur?

Vind je het heel moeilijk om zelf te starten met het aanbrengen van een structuur? Lees dan eerst je beste bronnen door en vat die samen. Als je goed kijkt naar de structuur die zij gebruiken, kun je je hier door laten inspireren.

Wat ook helpt is het lezen van andere scripties. Als het goed is zie je dat je best wat vrijheid hebt om je theoretisch kader vorm te geven. Tegelijkertijd zie je zaken als definities, theorieën en modellen vaker terugkomen.

Loop je vast bij je theoretisch kader? Bel ons voor een vrijblijvend intakegesprek.