Literatuurmatrix

Literatuurmatrix

 

Waarom een literatuurmatrix?

In een theoretisch kader ben je meestal aan het rommelen met de structuur en de bronnen. Als je lang genoeg doorgaat dan wordt je hoofdstuk een ondoordringbare jungle met allerlei verschillende structuren, vol met stukken tekst die zijn gebaseerd op bronnen die je nu even niet meer kan vinden.

Gelukkig is er de literatuurmatrix. Die helpt je om gericht naar literatuur te zoeken en goed te verwerken. Hieronder een voorbeeld, waarbij de structuur expres in vraagvorm staat. Daarmee wil ik illustreren wat je aan het doen bent: de literatuur vragen laten beantwoorden.

STRUCTUUR IN VRAAGVORM BRON A BRON B BRON C BRON D BRON E
Wat is de definitie van ziekteverzuim? x Omschrijving bron B Omschrijving bron C Omschrijving bron D X
Hoe hoog is het ziekteverzuim in Nederland en in de bouw? Omschrijving bron A Omschrijving bron B x x x
Welke oorzaken zijn er van ziekteverzuim? x Omschrijving bron B Omschrijving bron C Omschrijving bron D Omschrijving bron E
Welke maatregelen kunnen er genomen worden bij ziekteverzuim? Omschrijving bron A x x x Omschrijving bron E

Hoe werkt het?

Je stelt een aantal vragen en gaat vervolgens de bronnen een voor een af om de vragen te beantwoorden. En die zet je in het schema. Als je wat literatuur gelezen hebt, breid je je vragen nog wat uit of pas je ze aan.

Wat zijn de voordelen van zo’n schema?

  1. Bronnen vergelijken

Je doet precies wat de bedoeling is van het literatuuronderzoek:, namelijk verschillende bronnen vergelijken. In het voorbeeld zie je dat je de definities van ziekteverzuim van bron B, C en D met elkaar kunt vergelijken.

  1. Minder (her)lezen

Je hoeft niet keer op keer de bron te lezen. De antwoorden op de vragen noteren is voldoende. Tenzij het een van de belangrijkste bronnen is natuurlijk, dan wil je nog een keer checken of je alles hebt.

  1. Geen plagiaat of snel klaar

Als je in eigen woorden de antwoorden noteert, dan weet je zeker dat je geen plagiaat pleegt. Knip en plak je de antwoorden, dan ben je lekker snel klaar met het schema, maar wat meer tijd met het schrijven.

  1. Je ziet waar je voldoende literatuur over hebt verzameld en welke informatie nog ontbreekt. 

In het voorbeeld wil je misschien nog wat meer weten over de maatregelen tegen ziekteverzuim, omdat je dat ook goed kunt gebruiken voor de aanbevelingen van je eigen onderzoek. Met de literatuurmatrix kun je dus nog gerichter zoeken.

  1. Je bent flexibeler 

Als je hele stukken tekst hebt geschreven dan ‘moet je daar steeds wat mee’. Inkorten, verplaatsen, anders structureren, herlezen. Noem het maar op. Begin je met een literatuurmatrix dan ben je vrijer om je stuk vorm te geven. En een goede basis voor de structuur van je literatuurhoofdstuk te leggen.

Vergeet niet dat je aan de hand van de informatie die je tegenkomt altijd nog meer vragen kunt toevoegen. Bijvoorbeeld een vraag over de verschillende soorten ziekteverzuim (lichamelijk en psychisch).

Natuurlijk kun je ook zaken weglaten. Bijvoorbeeld die verouderde bron over de meldplicht van de werkgever aan de bedrijfsarts. Had je dat hele verhaal al samengevat in de scriptie dan had je het misschien niet over je hart kunnen verkrijgen die tekst weg te gooien. En dan had je een saai en irrelevant verhaal gekregen over de historie van de wet- en regelgeving rondom het ziekteverzuim.

Nog steeds geen structuur?

Vind je het heel moeilijk om zelf te starten met het aanbrengen van een structuur? Lees dan eerst je beste bronnen door en vat die samen. Als je goed kijkt naar de structuur die zij gebruiken, kun je je hier door laten inspireren.

Wat ook helpt is het lezen van andere scripties. Als het goed is zie je dat je best wat vrijheid hebt om je theoretisch kader vorm te geven. Tegelijkertijd zie je zaken als definities, theorieën en modellen vaker terugkomen.

Loop je vast bij je theoretisch kader? Bel ons voor een vrijblijvend intakegesprek.

Uitstelgedrag

BEN JIJ OOK EEN UITSTELLER?

Uitstelgedrag, wie kent het niet?! Super vervelend als je moet studeren. Maar wat doe je eraan?

We hebben 3 gouden tips verzameld op basis van onze ervaring met studenten. Deze tips zijn makkelijk thuis toe te passen en helpen vaak voor uitstelgedrag. Mocht je nou toch niet voldoende steun hebben, kijk dan even bij onze studieplekken. Die zijn echt ultiem tegen uitstelgedrag.

De beoordelaar

Lees hier wat je kan doen om de beoordelaar zo gunstig mogelijk te stemmen (lees: meer kans te maken op een goedgekeurde scriptie).

Beoordelaars hebben weinig tijd

Een blije beoordelaar is er een die sneller mooie cijfers geeft. En bergen leeswerk maken het er niet makkelijker op voor je beoordelaar. Zeg nou zelf: wat beoordeelt makkelijker, een korte en bondige scriptie of een langdradig stuk dat ‘lekker wollig’ is?

Tip: Voorkom herhalingen en schrijf ‘to the point’ door vooraf te bedenken wat je wil overbrengen.


Als de beoordelaar het niet snapt, raakt hij geïrriteerd

Om een scriptie te beoordelen moet de scriptie in de eerste plaats duidelijk zijn. Als de scriptie niet duidelijk genoeg is moet de beoordelaar zelf gaan puzzelen. Dat kost tijd en is moeilijk. Zeker als de beoordelaar (en zo zijn ze) op het formulier precies uit wil leggen wat er niet goed is gegaan en -als je geluk hebt- hoe dat verbeterd kan worden.

Tip: Wat voor jou duidelijk is, is niet voor iedereen duidelijk. Laat iemand anders je scriptie daarom nalezen voordat je hem inlevert.

Licht de belangrijkste keuzes toe

Als het wel duidelijk is wat er staat dan is het tijd voor de volgende vraag van de beoordelaar. Die vreselijke waaromvraag. Onderzoek doen is keuzes maken.  En die keuzes moet je toelichten, ook als je achteraf denkt: ‘dat was niet zo handig’. Het theoretisch kader (literatuuronderzoek) is bijvoorbeeld vaak lastig om goed te structureren. Het helpt daarom om uit te leggen hoe je theoretisch kader is opgebouwd. Ook als het dan toch niet helemaal logisch is, is het voor de beoordelaar wel te volgen. Wanneer je goed uitlegt waarom je je onderzoek op een bepaalde manier hebt afgebakend helpt dat de beoordelaar ook om goed te snappen waarover (en over wie) je onderzoek gaat.

Tip: Stel jezelf bij het lezen van je scriptie regelmatig de vraag: waarom heb ik hiervoor gekozen EN staat dat er ook?

Leest de beoordelaar een samenhangend verhaal?

Hoewel het beoordelingsformulier bestaat uit allerlei onderdelen kijkt de beoordelaar veel naar de samenhang van de scriptie. Je kunt dan denken aan zaken als:

  • Leidt de aanleiding van de scriptie op een logische manier tot d(i)e hoofdvraag van je scriptie?
  • Komen de aanbevelingen voort uit de conclusies?

Wat verrassend vaak gebeurt is dat vragen wel worden gesteld worden, maar niet beantwoord.

  • De definitie van een begrip wordt beloofd, maar niet gegeven.
  • De deelvraag gaat over welke factoren van invloed op iets zijn. Gek genoeg wordt er nergens in de scriptie expliciet genoemd welke factoren dat dan zijn.

Dat brengt dat de beoordelaar tot de belangrijkste vraag: hoe goed wordt de hoofdvraag beantwoord?

Tip: Een scriptie schrijven is een vraag stapsgewijs beantwoorden. Heb je net als de beoordelaar weinig tijd, beantwoord dan in ieder geval je hoofdvraag zo goed mogelijk!

Onze hulp

De meeste studenten komen bij ons met een afgekeurde scriptie of onderzoeksvoorstel. Wil je dit voorkomen? Schakel dan onze hulp in om je scriptie beoordelingsproof te maken!

Taalfouten vermijden

Twee veelgemaakte taalfouten

Ben jij degene die bij de groepsopdrachten naar het Nederlands moet kijken? Of heb je juist het gevoel dat je de hele basisschool niet op hebt zitten letten toen het over spelling en grammatica ging? Wie je ook bent, iedereen maakt taalfouten.

Wij hebben honderden scripties nagekeken. En nog steeds zoeken we bij elke scriptie die we lezen op hoe je bepaalde woorden schrijft. Dat is een kant van het verhaal. Aan de andere kant zien we vaak dezelfde fouten terugkomen. Blogs over dit thema komen vaak met een lijstje van tien of vijfentwintig meest gemaakte taalfouten. Dat is wel veel om allemaal op te letten bij het schrijven. In scripties, papers of essays kom ik eigenlijk maar twee taalfouten echt veel tegen. Als je daarop let en weet hoe je naar literatuur verwijst dan ben je al een heel eind op weg.

1. D’s en t’s

De eerste is een klassieker. Dat zijn de fouten met d’s en t’s. Die worden er door de spelling- en grammaticacontrole er gek genoeg niet altijd uitgehaald. Dat betekent dat je zelf de werkwoorden die op een d (of toch een t) eindigen na moet kijken. Als je niet weet wat de regels zijn –of twijfelt-, zoek het op. Bijvoorbeeld hier.

2. Los of aan elkaar

In het Nederlands schrijf je samenstellingen verrassend vaak aan elkaar. Zeker als je het vergelijkt met het Engels. Bij twijfel kun je op www.woordenlijst.org opzoeken wat de juiste schrijfwijze is.

Om het moeilijk te maken: een aantal woorden schrijf je niet aan elkaar. Een paar voorbeelden:

  • Door middel van
  • Aan bod komen
  • Ergens naar op zoek zijn (ben je iets aan het opzoeken dan schrijf je het wel weer aan elkaar)

In onze volgende blog over taal nog meer voorbeelden over wat er mis kan gaan. Ben je student en vind je het leuk om voor ons te bloggen over taal, onderzoek en scripties? Neem dan even contact met ons op.

Overzicht en ADHD

ADHD scriptie meer overzicht

Overzicht kwijt bij je scriptie door ADHD? Hoe een blauwe stift kan helpen!

Deze oplossing is briljant simpel maar o zo doeltreffend. Lees hier hoe een simpele blauwe stift ook voor jou de oplossing kan zijn.


Je brein als kapstok
Even een korte intro voordat je de blauwe stift kan begrijpen… Iedereen heeft tijdens het studeren een (beperkte) hoeveelheid aandacht tot zijn beschikking. Deze aandacht kan je zien als kleine haakjes in je hoofd (een beetje zoals een kapstok). Ieder haakje dat vrij is kan je gebruiken voor een taak (zoals het schrijven van je scriptie).

Maar hoe meer van die haakjes er bezet zijn, hoe minder goed je kan werken. Als de kapstok vol is, kan er zelfs niks meer bij. Is er ergens een buurman met een verhuizing bezig? Daar gaat een haakje. Maak je je ook nog zorgen over je relatie? Ai, weer een haakje minder. Heb je een andere deadline die aandacht wil? Hoppa, weer een haakje weg. Hoe zorg je dat er voldoende haakjes vrij blijven voor een lastige opdracht?

Voor gewone studenten al lastig, maar wat nou als je een ADHD-brein hebt dat de hele tijd overloopt van de goede ideeën?! Wat doe je dan met die ideeën? En hoe zorg je dat ze niet ten koste gaan van de hoeveelheid beschikbare haakjes?

Parkeervel als de oplossing
Wij gebruiken hiervoor het Parkeervel. Niet moeilijk… gewoon een vel met een blauwe P. Dat het echt helpt zagen we ook deze week weer. Een student met ADHD was aan het worstelen met zijn theoretisch kader. Hij was enthousiast begonnen met zoeken naar info. Na een halve dag 30 tabbladen open, 10 kriebels her en der, veel in het hoofd en nog meer alweer vergeten. En hoe langer hij zocht, hoe meer ideeën hij kreeg die hij later nog wilde gebruiken. En toen liep de emmer over. Zuchtend en steunend keek hij om zich heen. Tijd voor de blauwe stift dacht ik.

Het enige wat ik deed was een grote blauwe P op een leeg vel zetten. Eén plek voor alle afleidende ideeën die niet verloren mochten gaan, maar ook geen haakje bezet mochten houden.

En dat werkte. Hij kon door met zijn doel: literatuur vinden over klassenmanagement. De info over andere zaken (zoals motivatie en werkvormen) én zijn briljante ideeën kon hij kwijt op het parkeervel. Niet kwijt, wel geparkeerd. Makkelijk later terug te vinden, en overzichtelijk.

Hoe simpel kan het zijn?!

Wil je meer hulp bij het schrijven van je scriptie met ADHD? Neem dan contact met ons op.

Drie vragen bij uitstelgedrag

Drie vragen om aan jezelf te stellen bij uitstelgedrag

Ongeveer een kwart van alle pagina’s op internet bestaat uit artikelen over uitstelgedrag en hoe je weer productief wordt. Tenminste zo lijkt het als je op internet op zoek gaat naar die ene gouden tip die ervoor zorgt dat je nooit meer wat uitstelt. Laat ik het positief formuleren: die tip heb ik nog nooit gevonden.

Merk je aan jezelf dat je uitstelt dan is het tijd voor een realitycheck. Mij helpen deze drie vragen het meest.

1. Wat stel ik precies uit?

Vaak helpt het om zo specifiek (SMART) mogelijk te zijn. Waaruit bestaat de taak die ik aan het uitstellen ben? Kan ik met een deel van die taak al wel beginnen?

Of blijkt iets wat ik uitstel een kwestie van vijf minuten werk te zijn? Bijvoorbeeld een moeilijk telefoontje te plegen. David Allen, auteur van een van de beste boeken over dit onderwerp, zou deze vraag stellen: what’s the next step? Soms weet je gewoon niet zo goed hoe je bijvoorbeeld je scriptie aan moet pakken, maar weet je wel dat het nu tijd is om de begeleider te mailen. Of dat je nu een plan moet maken om systematisch literatuur te gaan zoeken. Weten wat je precies moet doen kan je helpen bij het doorbreken van uitstelgedrag.

2. Wat zit erachter?

Niet alles wat je uitstelt heeft dezelfde oorzaak. Soms kun je de oorzaak zelf oplossen. Soms heb je hulp nodig. Vaak helpt het om meer zicht te krijgen op de oorzaken van uitstelgedrag. Twee voorbeelden.

Het organiseren van een weekend weg met mijn gezin heb ik uitgesteld omdat ik niet kon overzien hoe ik het aan moest pakken. Mijn oplossing? Ik heb hulp gevraagd aan mijn partner.

Het schrijven van deze blog heb ik uitgesteld omdat ik bang was dat het niet goed genoeg was. Dit heb ik anders aangepakt. Ik heb deze blog eerst zelf geschreven. En later ben ik pas gaan lezen wat anderen hierover te zeggen hadden.

Soms stel ik iets uit omdat ik gewoon te moe ben. Morgen weer een nieuwe dag.

Het kan natuurlijk ook zijn dat je iets uitstelt omdat het in je hoofd (nergens anders) echt vreselijk is. Het helpt niet om je taken overzichtelijk te maken, of je ervan bewust te zijn waarom je iets uitstelt. Daarvoor gebruik ik de derde vraag.

3. Wat zou ik aan iemand anders adviseren?

Stel dat iemand al twee jaar aan zijn scriptie werkt zonder resultaat. Zou je het dan een goed idee vinden dat hij of zij daar hulp bij vraagt? Of vind je dat diegene zich moet schamen daarvoor? En moet blijven proberen het alleen te doen?

Over onszelf oordelen wij vaak veel harder dan over anderen met hetzelfde probleem. Het kan dan helpen om van een afstand naar jezelf te kijken en aan je zelf het advies te geven wat je aan een ander zou geven. Dat betekent dat je misschien even pauze neemt, de deadline een maand opschuift of hulp zoekt. Weet je niet wat in jouw geval het beste is voor je zelf? Of vind je het moeilijk om keuzes te maken? Of bepaalde studieproblemen aan te pakken? Praat er dan met iemand over en blijf niet alleen tobben. Bel of mail ons.

Faalangst

Faalangst

Vind jij het spannend om een stuk te schrijven? Of ben je bang dat het misschien niet goed genoeg is? Heel herkenbaar en veel studenten hebben dit met jou.

Als begeleider heb ik afgelopen jaar een cursus gevolgd om hierin goed te kunnen ondersteunen. Ontzettend interessant en ik deel graag een paar inzichten met je!

Lichamelijke reactie

De cursus begon met informatie over wat er gebeurt in het lichaam bij faalangst. Praktische informatie over de stofjes in ons lichaam en de gevolgen daarvan. Dat was pas het begin, maar zo waardevol. En voor mij echt een eyeopener.

De angst om te falen begint namelijk in jouw hersenen. Hier wordt een signaal afgegeven dat een mechanisme in werking zet. Er komen hormonen vrij die zorgen dat jij op en top beschermd bent, tegen dat waar jij bang voor bent. In principe is dit een super handig systeem.

Het zorgt er onder andere voor dat:

  • Je gemakkelijk kunt wegrennen: je hart gaat sneller kloppen, bloeddruk omhoog, etc.
  • Je gemakkelijk kunt bevriezen: je ademhaling stopt, je krijgt weinig lucht, lood in je schoenen, je kunt niks meer (niet meer bewegen), etc.
  • Er geen energie verspild wordt: alle onnodige verbindingen in jouw hersenen worden verbroken. Het mentale deel en het emotionele deel in jouw hersenen wordt uitgeschakeld. Het wordt dan moeilijk om na te denken of emoties als liefde te ervaren.

Allemaal super handig en nuttig als je echt in gevaar bent en jouw lichaam je moet beschermen. Maar al deze ‘kenmerken’ van faalangst zijn juist niet zo bevorderlijk voor het studeren of het schrijven van een scriptie.

Je denkt jezelf in gevaar

Gelukkig zijn er veel manieren om hier mee om te gaan. In de eerste plaats zijn er veel manieren om zo goed mogelijk te werken onder invloed van deze kenmerken van faalangst. Maar het belangrijkste (en de basis) is eigenlijk zorgen dat het bescherm-mechanisme niet in werking treedt.

In tegenstelling tot sommige andere situaties, is het namelijk bij het schrijven van een scriptie, niet zo dat jij echt in gevaar bent. Je denkt jezelf in gevaar. En daarin zit de belangrijkste kern van begeleiding en een aanpak. Waarom ervaar je angsten? Waar ben je bang voor?  En belangrijker: wat kan er voor zorgen dat jij je minder angstig voelt? Als je hier grip op krijgt, zal het mechanisme niet of minder snel in werking treden en kun jij rustig studeren. Dat is precies wat we doen bij Focus. Jou ondersteunen en hier grip op krijgen. Op die manier wordt studeren weer haalbaar.

Een kleine oefening

Om af te sluiten nog een kleine leuke oefening. In de cursus hebben wij het zelf kunnen doen en het werkt écht. Niet alleen bij angsten komen bepaalde hormonen vrij, bij leuke gebeurtenissen komen óók hormonen vrij. Dit zijn hormonen die ervoor zorgen dat jij je goed voelt, en dit is terug te zien (en te meten) in jouw lichaam en spieren. En het leuke is, denken aan een leuke gebeurtenis blijkt net zo krachtig te werken.

Dus de tip van de dag: denk vaak aan leuke momenten, helemaal vlak voor het schrijven van jouw scriptie (en kijk of het werkt!) Mocht je toch meer behoefte hebben aan steun? Kijk dan verder op de website voor een gratis kennismaking.

Is je scriptie afgekeurd. Ook dan kunnen deze scriptietips je helpen om je diploma te halen.

Redigeren

Slimme tips als je toe bent aan de beoordeling van je scriptie of thesis en nog weinig tijd hebt.

Hoe ik scripties beoordeel

Als beoordelaar maak ik zelf regelmatig mee dat ik van de hogeschool een strakke deadline krijg om een heel aantal scripties te beoordelen. De eerste student van de stapel wenst mij op pagina 1 veel leesplezier. Ik denk bij mijzelf: bij de volgende sla ik het voorwoord over. Dat bespaart tijd, ook al vind ik het wel leuk om te lezen. Op de computer open ik het beoordelingsformulier, dat ik na het lezen van elk hoofdstuk direct invul. Vandaag ga ik proberen om elke scriptie binnen twee uur anderhalf uur helemaal beoordeeld te hebben.

Beoordelaars hebben weinig tijd

Is dit de manier waarop met jouw scriptie wordt omgegaan? Waar je een half jaar hard aan gewerkt hebt? Ja, helaas in de meeste gevallen is dat echt zo. En dan mag je nog blij zijn dat je niet een beoordelaar hebt getroffen die zoekt naar spelfouten om het geheel af te keuren en elke tabel narekent. De meeste beoordelaars hebben weinig tijd om je scriptie te beoordelen. Van beoordelaars wordt aan de andere kant wel verwacht dat zij het beoordelingsformulier zorgvuldig invullen en naast het aankruisen van ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’ ook wat toelichting geven.

Wat vaak en zichtbaar fout gaat, komt op het beoordelingsformulier

In de praktijk gebeurt het daarom vaak dat beoordelaars snel een aantal vaak voorkomende opvallende fouten benoemen. Bijvoorbeeld:

  • Het niet (genoeg) gebruiken van alinea’s.
  • Ontbrekende tabeltitels.
  • Onjuiste APA-verwijzingen.

Ook worden er gewoon ‘pagina’s geteld’. Dit hoofdstuk is te lang. Deze paragraaf is te kort. De paragraafstructuur is niet volgens de handleiding.  Allemaal zaken die snel genoteerd kunnen worden op het beoordelingsformulier.

TIP: Zorg dus voor een net afgewerkte scriptie

Dat kan je het beste doen door voor jezelf een lijstje te maken van zaken waar je op wilt letten bij het redigeren en lay-outen van je scriptie. Tien tips van ons:

  1. Zorgen dat alle bronverwijzingen in de tekst kloppen. Denk eraan dat je paginanummers toevoegt bij een citaat en ook bij figuren die je hebt overgenomen verwijst naar de bron.
  2. Zorg dat alle tussenkopjes passen bij de tekst
  3. Vraag jezelf bij elke paragraaf af of je een inleidende zin nodig hebt.
  4. Splits lange zinnen (meer dan twee regels op je beeldscherm) op in meerdere zinnen
  5. Check of je alle veelvoorkomende Engelse woorden en vaktermen op dezelfde juiste manieren geschreven worden. Let ook op het hoofdlettergebruik bij bijvoorbeeld afkortingen.
  6. Maak de tabel- en figuurnummering in orde.
  7. Haal dubbele spaties eruit met de zoek- en vervangtoets.
  8. Print de scriptie zodat je kan zien of je overal dezelfde regelafstand, lettergrootte en lettertype gebruikt.
  9. Lees de scriptie na en kijk of de werkwoorden die eindigen op een d of een t juist gespeld zijn.
  10. Werk de inhoudsopgave bij en zet alles netjes op de pagina.

Onze hulp

De meeste studenten komen bij ons met een afgekeurde scriptie of onderzoeksvoorstel. Wil je dit voorkomen? Schakel dan onze hulp in om je scriptie beoordelingsproof te maken!