Enquête

Je bent nu hier:

De enquête die ik gebruikte voor mijn eigen afstudeeronderzoek bouwde ik met Netscape Composer. Een soort prehistorische voorloper van Google Docs. Met behulp van een boek over html, probeerde ik ervoor te zorgen dat alle vragen op het scherm pasten en dat de antwoordbolletjes zo recht mogelijk onder de antwoordcategorieën stonden. Daar was ik meer dan een week mee bezig, maar  uiteindelijk werkte het gelukkig wel.

Alleen die respondenten. Dat was nog wel een ding. Hoe kwam ik aan de e-mailadressen van mijn onderzoeksdoelgroep? Met veel pijn en moeite lukt het uiteindelijk om 31 mensen de enquête in te laten vullen. Veel te weinig! Na een paar weken balen toch maar de knoop doorgehakt. Vragenlijsten geprint. En op papier in laten vullen. Van mijn begeleider had ik gehoord dat 100 enquêtes genoeg was. Waarom wist ik toen niet. Ik had al gezien dat niet iedereen de enquête even netjes invulde, dus ik deelde er voor de zekerheid wat extra uit.

Next. SPSS. Een statistiekprogramma dat ik tijdens mijn studie al heel veel had gebruikt. Geen probleem dus. Ik had alleen nog niet echt iets van een onderzoeksmodel. Dus ik voerde wat statistische toetsen uit, maar omdat ik zo weinig respondenten had leverde dat ‘niets significants’ op. Hoe moest ik dan mijn resultatenhoofdstuk schrijven als er ‘eigenlijk niets uit mijn onderzoek kwam’. Wat moest ik met al die verzamelde data? Zoals in de sociale wetenschappen wel vaker gebeurt, ging ik met allerlei statistiek aan de slag totdat er wel wat significants uitkwam. En daar paste ik mijn onderzoeksmodel, hypotheses en theorie wat op aan.

Mijn redding was dat ik wel bestaande vragenlijsten gebruikte om bepaalde zaken te meten. Een gedeelte van mijn vragenlijst bestond bijvoorbeeld uit een vragenlijst die in de wetenschap veel gebruikt werd om motivatie te meten.  Daardoor kon ik toen ik mijn onderzoek een beetje begon te snappen toch vrij makkelijk de data analyseren en het resultatenhoofdstuk schrijven.

Moraal van dit waargebeurde verhaal? Een enquête gebruiken is niet zo makkelijk als het op het eerste gezicht lijkt. Het Basisboek Enquêteren van Baarda, Kalmijn en De Goede (2015) is volgens ons het beste hulpmiddel om een goede vragenlijst te maken. Het is een overzichtelijk en kort studieboek met veel handige tips. Het boek richt zich op vier vragen:

1. Wat voor soort enquête is geschikt voor mijn onderzoek?
2. Hoe maak je de begrippen uit je onderzoeksvraag meetbaar?
3. Hoe maak je vragen en antwoordcategorieën?
4. Wat komt er allemaal nog meer kijken bij een enquête?

De auteurs leggen heel goed uit welke soorten vragen er zijn en welke valkuilen je tegenkomt bij het maken van antwoordcategorieën. Er wordt heel praktisch ingegaan op zaken als:

-Hoe onderbouw je voor welke soort enquête je hebt gekozen.

-Wanneer gebruik je ‘weet niet’, ‘geen mening’ en ‘n.v.t.’.

-Hoe vraag je het beste naar algemene zaken over de respondent, zoals leeftijd, beroep en opleidingsniveau.

Het hoofdstuk over operationaliseren (het vertalen van je onderzoeksvraag in meetbare begrippen) is voor studenten die minder kennis hebben van onderzoek lastig te volgen. Het is jammer dat de voorbeelden hier niet wat verder zijn uitgewerkt. Dat had zeker geholpen om de goede informatie die in dit hoofdstuk staat toe te kunnen passen.

Volgens de auteurs richt de kritiek op vragenlijstonderzoek zich niet op de inhoud, maar op de representativiteit. Uitleg over hoe je met een goede steekproef de representativiteit en respons kunt vergroten wordt nauwelijks gegeven. Daarvoor verwijzen zij je naar een van hun andere boeken. Vervelend als je net 28,50 hebt betaald!

Ondanks deze verbeterpunten is het boek goed bruikbaar voor het maken van een vragenlijst. Geen zin om het boek aan te schaffen? Test dan in ieder geval je vragenlijst bij iemand die verstand heeft van onderzoek doen. En leg ook de vragenlijst voor aan een van je respondenten. Dat zijn twee snelle en makkelijke manier om je vragenlijst sterker te maken.