hoofdvraag onderzoeksvraag onderwerp scriptie hbo onderwijsinstelling

Hoofdvraag

Je bent nu hier:

Is het echt zo moeilijk om een hoofdvraag te maken?

Je hebt het misschien weleens gehoord of gelezen: het maken van een hoofdvraag is heel moeilijk. Of nog erger. Je begeleider maakt het maken vaan een hoofdvraag onmogelijk doordat hij elke keer een andere kant op wil. Totdat je weer bij de eerste onderzoeksvraag terug bent. En denkt: snap ìk het nu niet of is de begeleider het kwijt?

In deze blog wil ik met je gaan kijken of het maken van een hoofdvraag echt zo moeilijk is.

Daarom ben ik naar www.hbo-kennisbank.nl gegaan en heb ik Nederlandstalige scripties uit 2016 geselecteerd. Vervolgens heb de bovenste scriptie van vijf grotere hbo-instellingen gedownload. Dit waren de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, de CHE, de Hogeschool Rotterdam, Windesheim en de HvA. Namen van studenten heb ik er niet bij vermeld volgens de APA-richtlijnen. Het is al vervelend genoeg dat je naam en je scriptie voor eeuwig op internet staat.

De vijf hoofdvragen

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

Op welke wijze kan het betrekken van het systeem bijdragen aan een geslaagd ontslag van patiënten op de PAAZ van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis?

CHE

Welke behoefte aan informatie en ondersteuning hebben zwakbegaafde ouders met kinderen van vier tot en met zes jaar oud op het speciaal basisonderwijs met betrekking tot het ochtend- en avondritueel. Hoe kan dit worden vormgegeven in een applicatie passend bij de doelgroep?’

Hogeschool Rotterdam

In hoeverre zal de voorgestelde IFRS richtlijn met betrekking tot lease accounting invloed hebben op beursgenoteerde ondernemingen?

Windesheim

In hoeverre is toepassing van de herziene taxonomie van Bloom bruikbaar voor het verkrijgen van inzichten met betrekking tot het determinerend karakter van geschiedenistoetsen vanwaar er een meer rechtmatige determinatie kan plaatsvinden binnen de brugklas van het Nuborgh College Lambert Franckens te Elburg?”

HvA

Wat zijn bevorderende en belemmerende factoren voor de effectiviteit van de eerstelijns dieetbehandeling van ouderen van 55 jaar en ouder met obesitas?

Wat valt op?

Natuurlijk kun je aan de hand van vijf willekeurige scripties geen keiharde statisch significante conclusies trekken. Maar je kunt er wel wat van leren. Ik ben benieuwd wat jou is opgevallen.

  • Wat is volgens jou de beste hoofdvraag?
  • Welke hoofdvraag lijkt jou het leukst of het makkelijkst om te beantwoorden?
  • Welke tips zou je deze studenten geven als jij hun begeleider zou zijn?

Mij valt het volgende op:

  1. In elke hoofdvraag is een onderzoeksdoelgroep opgenomen. Soms is die heel specifiek (zwakbegaafde ouders met kinderen van 4-6 jaar op het speciaal basisonderwijs). Soms algemeen (beursgenoteerde bedrijven). Als je een hoofdvraag maakt is het bepalen en afbakenen van zo’n groep een makkelijke en goede eerste stap. Hoe concreter hoe beter!
  1. Elke hoofdvraag heeft een of meer theoretische begrippen. Je ziet dat het hier wat lastiger wordt. Is ‘het betrekken van het systeem’ echt een term uit wetenschappelijk onderzoek waar je wat over in de literatuur kan vinden? De vraag over de IFRS richtlijn is bijvoorbeeld al veel duidelijker. Als je een hoofdvraag maakt is het soms even (door)zoeken naar het begrip wat het beste past bij je onderzoek en waar voldoende literatuur over te vinden is.
  1. Er zijn verschillende typen hoofdvragen. Sommigen beginnen met “in hoeverre”, andere met “wat”, of “welke”. Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om dat je een goed antwoord kan geven op de hoofdvraag. Het type vraag doet er daarom ook toe. De vraag van de student van de Hogeschool Rotterdam, in hoeverre een richtlijn invloed zal hebben, lijkt lastig te beantwoorden. Je komt dan op een antwoord als ‘hierop waarschijnlijk wel, hierop waarschijnlijk niet’, maar zeker zullen wij het niet weten want het zal (toekomst) nog gaan gebeuren. Ook aan een ‘hoe’ of een ‘op welke wijze’ vraag kleven wat nadelen. Er zijn zoveel hoe’s en zoveel verschillende manieren om iets te doen, dat het mij lastig lijkt om daar goed onderzoek naar te doen.

Makkelijker lijkt het -op basis van deze mini-analyse- dus om met ‘wat’ of ‘welke’ te beginnen. Dan wordt het antwoord wat concreter: “Dit is de informatie- en ondersteuningsbehoefte van de ouders” (CHE) of “deze factoren zorgen ervoor dat de dieetbehandeling effectiever is” (HvA).

Conclusie

Een aantal hoofdvragen op een rij zetten helpt om je eigen hoofdvraag op te stellen. Het bepalen van een onderzoeksdoelgroep is een goede eerste stap. Om de goede theoretische begrippen te kunnen bepalen is het vaak nodig om wat oriënterend literatuuronderzoek te doen. Als je een hoofdvraag hebt gemaakt is het belangrijk om te kijken of je deze ook goed kan beantwoorden. Het type vraag dat je stelt kan ervoor zorgen dat een hoofdvraag gemakkelijker te beantwoorden is. Het maken van een hoofdvraag kost dus wel wat tijd en moeite, maar is geen onmogelijke opgave.