Taalfouten vermijden

Je bent nu hier:

Twee veelgemaakte taalfouten

Ben jij degene die bij de groepsopdrachten naar het Nederlands moet kijken? Of heb je juist het gevoel dat je de hele basisschool niet op hebt zitten letten toen het over spelling en grammatica ging? Wie je ook bent, iedereen maakt taalfouten.

Wij hebben honderden scripties nagekeken. En nog steeds zoeken we bij elke scriptie die we lezen op hoe je bepaalde woorden schrijft. Dat is een kant van het verhaal. Aan de andere kant zien we vaak dezelfde fouten terugkomen. Blogs over dit thema komen vaak met een lijstje van tien of vijfentwintig meest gemaakte taalfouten. Dat is wel veel om allemaal op te letten bij het schrijven. In scripties, papers of essays kom ik eigenlijk maar twee taalfouten echt veel tegen. Als je daarop let en weet hoe je naar literatuur verwijst dan ben je al een heel eind op weg.

1. D’s en t’s

De eerste is een klassieker. Dat zijn de fouten met d’s en t’s. Die worden er door de spelling- en grammaticacontrole er gek genoeg niet altijd uitgehaald. Dat betekent dat je zelf de werkwoorden die op een d (of toch een t) eindigen na moet kijken. Als je niet weet wat de regels zijn –of twijfelt-, zoek het op. Bijvoorbeeld hier.

2. Los of aan elkaar

In het Nederlands schrijf je samenstellingen verrassend vaak aan elkaar. Zeker als je het vergelijkt met het Engels. Bij twijfel kun je op www.woordenlijst.org opzoeken wat de juiste schrijfwijze is.

Om het moeilijk te maken: een aantal woorden schrijf je niet aan elkaar. Een paar voorbeelden:

  • Door middel van
  • Aan bod komen
  • Ergens naar op zoek zijn (ben je iets aan het opzoeken dan schrijf je het wel weer aan elkaar)

In onze volgende blog over taal nog meer voorbeelden over wat er mis kan gaan. Ben je student en vind je het leuk om voor ons te bloggen over taal, onderzoek en scripties? Neem dan even contact met ons op.