Validiteit

Je bent nu hier:

Validiteit

Volg je een hbo-opleiding, dan wordt vaak van je verwacht dat je in het onderzoeksmethodenhoofdstuk ingaat op de betrouwbaarheid en validiteit van je onderzoek. Heel simpel gezegd is het de bedoeling dat je laat zien dat je bepaalde keuzes hebt gemaakt die ten goede komen aan de kwaliteit van je onderzoek. De kwaliteit van je onderzoek beschrijf je aan de hand van begrippen betrouwbaarheid en validiteit. Verschuren (2009, p. 39) zegt het mooi: Betrouwbaarheid en validiteit hebben beide te maken met het vertrouwen dat gesteld kan worden in de onderzoeksresultaten en de handelswijze van de onderzoeker.

Validiteit zelf is een verwarrend en ingewikkeld begrip. Dit is wat boeken over onderzoek doen daarover zeggen:

-Het onderzoek is vrij van systematische fouten

-Je meet wat je wilt meten

-Het zegt iets over de geldigheid van je onderzoek

Niet meteen heel duidelijk dus. Wat het extra ingewikkeld maakt: er zijn veel soorten validiteit. De bekendste zijn interne en externe validiteit. Maar dit kun je ook tegenkomen: inhoudsvaliditeit, constructvaliditeit, convergente en discriminante validiteit, intstrumentele validiteit, indruksvaliditeit, ecologische validiteit en predictieve validiteit.

Nog een stapje ingewikkelder. Een scriptie is een klein onderzoek dat met beperkte kennis en middelen wordt gedaan. Je doet het alleen. Je hebt weinig ervaring met onderzoek doen. En je hebt niet veel tijd en geld beschikbaar voor het onderzoek. Daardoor kun je zaken niet zo goed meten als ervaren onderzoekers, die wel gebruikmaken van elkaars kennis en meer tijd en geld hebben om onderzoek te doen. Dat betekent dat er veel aan te merken is op de validiteit van een afstudeeronderzoek. En toch wordt van je verwacht dat je vertelt wat je hebt gedaan om een zo valide mogelijk onderzoek te doen. 

Vier aspecten van validiteit

Laten we de makkelijkste omschrijving van validiteit als uitgangspunt nemen: je meet wat je wilt meten. Dat betekent dat de hoofdvraag en deelvragen goed moeten zijn geformuleerd. Als die niet in orde zijn kun je nooit meten wat je wilt meten, omdat niet duidelijk is welke kant je onderzoek op gaat.

Om te meten wat je wilt meten zijn vier aspecten van belang. De volgende aspecten beïnvloeden de validiteit:

  1. Welke onderzoeksmethoden je kiest
  2. De kwaliteit van je meetinstrumenten
  3. De kwaliteit van je respondenten en de hoogte van de respons
  4. De kwaliteit van je analyse

Door aan deze vier zaken aandacht te besteden kun je binnen de kaders van jouw afstudeeronderzoek een goed onderzoek doen.

  1. De geschikte onderzoeksmethoden

Er zijn allerlei redenen waarom je wel of niet voor een bepaalde onderzoeksmethode kiest. Een eerste overweging is het type informatie waar je naar op zoek bent.

Wil je bijvoorbeeld graag diepgaande informatie over de meningen, gevoelens en motieven van mensen, dan zijn interviews meestal de beste onderzoeksmethode. Verwacht je dat respondenten in een interview of bij een enquête zeggen dat zij bepaald gedrag vertonen, terwijl jij vermoedt dat het niet zo is? Dan kun je misschien gebruikmaken van observaties.

Ook de beschikbaarheid van informatie speelt een rol. Als de organisatie bijvoorbeeld veel informatie verzamelt over klanten, dan kun je ervoor kiezen om deskresearch te doen.

In veel gevallen wordt je onderzoek beter als je op verschillende manieren informatie verzameld. De validiteit van je onderzoek kun je vergroten door meerdere onderzoeksmethoden te gebruiken. Dit heet triangulatie.

  1. De kwaliteit van je meetinstrumenten

Als je je verhaal houdt over validiteit is het goed om aandacht te besteden aan de kwaliteit van je meetinstrument. Wat heb jij er aan gedaan om een zo goed mogelijk meetinstrument te ontwikkelen? Bij een enquête kun je de validiteit kun je vergroten door gebruik te maken van bestaande wetenschappelijke vragenlijsten. Als je die niet tot je beschikking hebt dan kun je de validiteit van je onderzoek vergroten door bij het maken van je vragenlijst gebruik te maken van literatuur. Wanneer volgens de literatuur het begrip sociale steun uit vier aspecten bestaat, dan is het belangrijk om die vier aspecten ook in je enquête terug te laten komen.

  1. De kwaliteit van je respondenten en je respons

Om te meten wat je wilt meten is het belangrijk dat je voldoende respondenten hebt. Anders zijn je resultaten misschien niet meer dan een toevalstreffer. Als je bij herhaling van je onderzoek op compleet iets anders uit zou komen, dan heb je niet gemeten wat je wilde meten. Daarom wordt er ook vaak gezegd dat betrouwbaarheid een voorwaarde is voor validiteit. Simpel gezegd: als je onderzoek niet betrouwbaar is, dan is het in ieder geval niet valide.

De respondenten moeten een goede afspiegeling zijn van de onderzoekspopulatie. Zeker als je kwantitatief onderzoek doet is dit heel belangrijk. Als je bijvoorbeeld wilt weten wat voor soort vakantie ouders met jonge kinderen graag willen dan wil je graag dat niet alleen maar moeders je enquête invullen. En je wilt al helemaal niet dat mensen zonder (jonge) kinderen je enquête invullen.

Ook bij kwalitatief onderzoek is het heel belangrijk wie er in je onderzoek worden betrokken. Als je bijvoorbeeld een probleem onderzoekt in een organisatie, dan wil je dat vanuit verschillende perspectieven belichten. Je wilt dan zowel leidinggevenden als medewerkers interviewen. En liefst ook nog van alle afdelingen die te maken hebben met het probleem meer dan een persoon interviewen. Wat belangrijk is om uit te leggen in de paragraaf over validiteit is dat je zorgvuldig aandacht hebt besteed aan de selectie van je respondenten en beargumenteert waarom zij de informatie kunnen geven die voor jouw onderzoek nodig is.

  1. Kwaliteit van je analyse

Als je interviews doet is het belangrijk om aan te geven hoe je ervoor zorgt dat je je gegevens analyseert. Meestal kun je noemen dat je de interviews opneemt en transcribeert (uitschrijft). Daarmee heb je op een betrouwbare manier je gegevens verzameld. Er zijn vervolgens verschillende manieren waarop je je gegevens kunt analyseren. Bijvoorbeeld door je interviews eerst op verschillende manieren te coderen en daarna per onderdeel de verschillende antwoorden met elkaar kunt vergelijken. Ook als je een enquête hebt gedaan is het belangrijk om te beschrijven hoe je de data hebt gecontroleerd en dat je beschrijft waarom je welke (statistische) analyses doet.